Laminaat leggen en plinten plaatsen, stap voor stap
Laminaat zit nergens aan vast. Het is een zwevende vloer die op de ondervloer ligt en met de temperatuur en de luchtvochtigheid krimpt en uitzet. Wie dat onthoudt, legt hem goed. Je legt het laminaat op een vlakke, droge ondergrond met een passende ondervloer, nadat de pakken twee dagen hebben geacclimatiseerd. Langs elke muur houd je ruimte vrij, en de plinten dekken die ruimte af zonder de vloer vast te zetten.
Hoeveel laminaat en welk gereedschap heb je nodig?
Meet de kamer op en vermenigvuldig de lengte met de breedte. Tel daar 5 tot 10 procent bij op voor zaagverlies. Eén of twee pakken overhouden is geen probleem, want dan heb je later nog planken om een beschadigd stuk te vervangen.
Mis je nog basisgereedschap zoals een hamer of meetlint, kijk dan in de gereedschapskist van een doe-het-zelver wat erin hoort. Voor deze klus heb je dit nodig:
- een ondervloer die past bij je ondergrond (op beton ook dampdichte folie met aluminiumtape)
- een legset met afstandsblokjes, een tikblok en een slagijzer
- een hamer of rubberhamer
- een laminaatsnijder of een decoupeerzaag met een zaagblad voor laminaat
- een rolmaat, een winkelhaak en een potlood
- rozetten voor de plekken waar een cv-leiding door de vloer komt
- voor de plinten: een afkortzaag of verstekbak, plintclips met pluggen en schroeven of montagekit, kit met een kitpistool en een boormachine
- een veiligheidsbril, gehoorbescherming en een stofmasker voor het zagen
Laminaat laten acclimatiseren
Begin hiermee, want het kost twee dagen. Laat de pakken minstens 48 uur in de kamer liggen waar de vloer komt, voordat je ze opent. Leg ze plat en in de verpakking, zodat de planken niet kromtrekken. Zorg dat het in de kamer niet kouder is dan 18 graden, of houd de temperatuur aan die in de leginstructie staat. Zo past het laminaat zich vooraf aan de temperatuur en de luchtvochtigheid aan en krimpt of zet het na het leggen minder.
De ondergrond en de ondervloer
Terwijl de pakken acclimatiseren, maak je de ondergrond klaar. Laminaat laat elke oneffenheid terugzien, dus maak de vloer schoon, vlak en droog. Vuil dat achterblijft kan ook in de klikverbinding komen, waardoor de planken niet goed sluiten.
Welke ondervloer je kiest, hangt af van wat eronder zit:
- Op een vlakke vloer volstaat een dunne ondervloer van polyethyleen.
- Bij kleine oneffenheden werken ondervloerplaten zoals zachtboard beter, omdat die de ondergrond iets uitvlakken. Ze dempen ook geluid.
- Op een betonvloer leg je eerst een dampdichte folie, zodat vocht uit het beton niet in het laminaat trekt. Plak de naden af met aluminiumtape.
Woon je in een appartement, lees dan voordat je iets koopt het huishoudelijk reglement van je VvE. Laminaat maakt geluid. Veel VvE’s stellen daarom eigen eisen aan de ondervloer onder een harde vloer.
Laminaat leggen, plank voor plank
Lees eerst de leginstructie op de verpakking. Die vertelt aan welke kant de groef en de veer moeten zitten en hoeveel ruimte je langs de muur vrijhoudt; vaak is dat 8 tot 10 millimeter. Leg daarna in deze volgorde:
- Bepaal de legrichting. Leg de planken in de richting van het licht dat door het grootste raam valt, zodat de kamer ruimer en lichter lijkt.
- Open meerdere pakken tegelijk en gebruik de planken door elkaar, zodat verschillen tussen de pakken over de hele vloer verspreid raken.
- Begin in een hoek met de kant die de leginstructie aangeeft, meestal de groefkant naar je toe. Zet afstandsblokjes tussen de muur en de plank.
- Klik de planken van de eerste rij op de korte kant aan elkaar. Zorg dat het eerste stuk van elke rij minstens 30 centimeter lang is.
- Is de laatste plank van de rij te lang, draai hem dan om, teken af waar hij moet eindigen (met de uitzetruimte tot de muur) en zaag hem op maat.
- Begin de tweede rij met het restant van die laatste plank. Zo verspringen de naden en blijft er weinig afval over.
- Zet elke plank schuin in de vorige rij, druk hem omlaag en tik hem aan met het tikblok of slagijzer en de hamer.
- Rond een cv-leiding boor je een gat in de plank, met dezelfde ruimte rondom als langs de muur. Zaag de plank daarna door het midden van het gat, leg hem om de leiding en lijm het afgezaagde stuk terug. Een rozet werkt het netjes af.
- Voor de laatste rij leg je een plank precies op de voorlaatste rij, en daar een tweede plank bovenop, tegen een afstandsblokje aan de muur. Teken langs de rand van die bovenste plank af hoe breed de laatste rij moet worden, zaag de plank op die breedte, klik hem vast en tik hem aan met het slagijzer.
Gemiddeld ben je één dag bezig met een kamer, maar veel hoeken en deurposten maken het een langere klus.
Plinten plaatsen
De plint dekt de uitzetruimte langs de muur af en beschermt de onderkant van de wand. Tel de lengte van alle muren bij elkaar op en reken 10 procent extra voor zaagverlies. Lak de plinten voordat je ze plaatst, ook aan de achterkant, zodat er geen vocht in trekt.
Je bevestigt de plint aan de muur, niet aan het laminaat. Daarvoor zijn drie manieren:
- Plinten met een kliksysteem zet je vast met plintclips. Boor met de juiste boor voor jouw muur een gat, tik er een plug in, schroef de clip vast en klik de plint erop. Boor niet recht onder of naast een stopcontact, want daar lopen vaak leidingen; gebruik bij twijfel een leidingzoeker.
- Hoge plinten kun je ook met montagekit op de achterkant tegen de muur drukken. Die plaats je direct nadat het laminaat ligt.
- Lage plakplinten plak je beter pas na een week, als de vloer de kans heeft gehad om uit te zetten. Houd ze bij het aandrukken iets boven de vloer.
Zaag de hoeken in verstek onder 45 graden. Een dunne rand kit tussen plint en muur werkt de naad af en houdt vocht en vuil buiten.
Meer over vloeren, kozijnen en deuren
Een nieuwe vloer is vaak het moment om ook naar de rest van de kamer te kijken. Op deze pagina’s lees je verder:
- Soorten kozijnen zet de materialen naast elkaar.
- Onderhoud van kozijnen vertelt hoe je ze in goede staat houdt.
- Je trap renoveren gaat over treden, bekleding en wat je zelf kunt doen.
